036-5371760

Dieselroetmeting

APK Regeling Permanente Eisen

Artikel 2.3.11 – Eisen t.a.v. dieselroetmeting

1. De hoeveelheid met, uitgedrukt in de absorptiecoëfficiënt (k﷓waarde), van de uitlaatgassen van personenauto’s en bedrijfsauto’s met een verbrandingsmotor met compressie ontsteking die in gebruik zijn genomen na 31 december 1979, bepaald volgens de in artikel 2.3.12 omschreven meting. mag de:
a. 2,5 m-1 voor een motor met natuurlijke aanzuiging of
b. 3,0 m-1 voor een motor met drukvulling
niet overschrijden, tenzij in het kentekenregister een hogere absorptiecoëfficiënt is vermeld.

2. Om de in het eerste lid bedoelde maximum hoeveelheid roet te bepalen moeten bij de in artikel 2.3.12 bedoelde meting de volgende gegevens worden gehanteerd:
a. het minimum en maximum stationair toerental. Indien het verschil tussen het aangegeven minimum en maximum toerental te klein is, mag ten behoeve van het invoeren in de roetmeter het minimum en maximum stationair toerental zodanig worden verlaagd respectievelijk verhoogd dat het verschil tussen beide maximaal 200 omw/min bedraagt,
b. het minimum en maximum afregeltoerental, en
c. de motorolietemperatuur, zijnde de minimumwaarde en de testwaarde.

3. Indien in het kentekenregister met betrekking tot het te keuren motorrijtuig één of meer gegevens al, bedoeld in het tweede lid niet voorkomen wordt voor het desbetreffende gegeven de volgende waarde aangehouden:
a. stationair toerental het werkelijke stationair toerental, waarbij ten behoeve e van het invoeren in de roetmeter moet worden aangehouden als:
1° minimum: 500 omw/min, en
2° maximum: 1000 omw/min;
b. afregeltoerental het werkelijke afregeltoerental, waarbij ten behoeve van het invoeren in de roetmeter moet worden aangehouden als:
1° minimum: het werkelijke afregeltoerental minus 5%, en
2° maximum: het werkelijke afregeltoerental plus 5%
c. minimum motorolietemperatuur: 60°C.

4. De in artikel 2.3.12 omschreven meting kan achterwege blijven indien de motor is uitgerust met een comprex-lader.

WhatsApp chat